FINAT: "Labelindustrie verschuift van herstel naar strategische herpositionering"
Tijdens het FINAT European Label Forum, dat van 27 tot 29 mei plaatsvond in Sevilla, kwamen 254 deelnemers uit 23 landen samen voor drie dagen vol marktanalyse, strategische discussies en netwerkmogelijkheden.
De conferentie werd geopend door Ilke Toygür, directeur van het IE Global Policy Center en professor Geopolitiek van Europa aan de IE University in Madrid. Zij schetste de huidige situatie in Europa niet als een tijdelijke crisis, maar als een structurele transformatie waarbij bedrijfsstrategieën steeds meer worden beïnvloed door macht, veiligheid, technologie, energie en handelsafhankelijkheden.
Marktcijfers van onderzoeksbureau Panteia, gepresenteerd door FINAT, tonen aan dat het Europese verbruik van zelfklevende labelmaterialen in 2025 uitkwam op 7,37 miljard m². Dat is een stijging van 2 procent tegenover het voorgaande jaar, maar nog steeds vergelijkbaar met het niveau van vóór de coronapandemie.
Papieren rollen blijven het grootste segment, al groeide dit slechts met 0,9 procent. Niet-papieren materialen stegen met 4,1 procent. Op langere termijn zet de verschuiving in de materiaalmix zich voort: het aandeel papieren rollen daalde de voorbije twintig jaar van 73 naar 67 procent, terwijl foliematerialen toenamen van 20 naar 30 procent. Het aandeel vellen daalde van 7 naar 3 procent.
FINAT presenteerde daarnaast voorlopige resultaten van een lopend onderzoek naar de invoer van zelfklevende labelmaterialen van buiten Europa, met bijzondere aandacht voor China. De eerste bevindingen wijzen op een aanzienlijke stijging van de Chinese importvolumes sinds 2020, vooral in specifieke materiaalcategorieën. Volgens de federatie onderstreept dit de noodzaak van een nauwgezette marktmonitoring en een evenwichtige beoordeling van de impact van mondiale productiecapaciteit, prijsdruk en supplychainontwikkelingen op de concurrentiekracht van de Europese labelindustrie.
Voorzichtige groei en veranderende klantverwachtingen
Aanvullende marktinzichten uit FINAT Radar en AWA schetsen een voorzichtig economisch klimaat. De omzet van converters bleef in het eerste kwartaal van 2026 grotendeels stabiel of lag licht lager dan een jaar eerder.
Bij investeringen staat afwerkingsapparatuur bovenaan de agenda: 31 procent van de respondenten noemt dit de belangrijkste investeringsprioriteit. Flexibele verpakkingen blijven voor converters de meest aantrekkelijke aanpalende groeimarkt, genoemd door 32 procent van de deelnemers. Digitalisering en automatisering worden door 40 procent van de converters beschouwd als de belangrijkste succesfactor voor de komende drie jaar.
Merkeigenaars blijven intussen geconfronteerd met stijgende materiaal- en energiekosten, 42 procent rapporteert verdere kostenstijgingen.
Daarnaast veranderen ook de verwachtingen van merkeigenaars. Labels worden niet langer uitsluitend beoordeeld op prijs, betrouwbaarheid en technische kwaliteit. Ze maken steeds vaker deel uit van een bredere discussie rond duurzaamheid, recycleerbaarheid, data, regelgeving, consumentenbetrokkenheid en designkeuzes. Voor converters en leveranciers biedt dit kansen om zich sterker als adviespartner te positioneren in plaats van louter als producent of toeleverancier.
Duurzaamheid, regelgeving en artificiële intelligentie
Duurzaamheid werd niet als een afzonderlijk thema behandeld, maar als een fundamentele bedrijfsvoorwaarde die steeds nauwer verbonden is met markttoegang, regelgeving en concurrentievermogen. Discussies rond de Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR), recycleerbaarheid, circulariteit en CO2-impact maakten duidelijk dat merkeigenaars praktische ondersteuning verwachten bij het afwegen van compliance, materiaalkeuzes, ontwerpimpact en commerciële haalbaarheid.
Ook artificiële intelligentie (AI) was een centraal thema. De aandacht verschoof van algemene bewustwording naar concrete toepassingen. Voorbeelden kwamen aan bod van AI-agents en workflowoplossingen voor calculatie, klantenservice, prepress, documentverwerking, productieondersteuning en marketing.
De conclusie: AI zal het menselijk oordeel niet vervangen, maar bedrijven die AI op een doordachte manier integreren in hun kernprocessen zullen profiteren van meer snelheid, consistentie en operationeel inzicht.
Op weg naar 2030
Het slotgedeelte van het programma focuste op de competenties die nodig zijn om richting 2030 competitief te blijven. Tijdens de voorafgaande rondetafelgesprekken werden AI en automatisering aangeduid als de belangrijkste krachten die de sector hertekenen, gevolgd door duurzaamheid en regelgeving.
De deelnemers waren het erover eens dat de sector de fase van experimenteren met AI achter zich laat en evolueert naar operationele implementatie. Tegelijkertijd ontbreekt het bij veel bedrijven nog aan een voldoende sterke digitale basis, onder meer op het vlak van ERP-integratie, datakwaliteit en cybersecurity.
De gesprekken maakten ook duidelijk dat mensen uiteindelijk het verschil zullen maken. Technologie wordt steeds toegankelijker, maar bedrijven hebben nood aan nieuwe vaardigheden, een doordacht veranderingsmanagement en medewerkers die digitale tools efficiënt kunnen inzetten. Opvallend was dat jonge professionals dezelfde trends herkennen, maar deze vaker als opportuniteiten dan als bedreigingen beschouwen.
Daarnaast werd gewezen op een groeiende commerciële spanning rond duurzaamheid. Transparantie, duurzaamheidsdata en naleving van regelgeving worden steeds vaker aankoopvoorwaarden, terwijl de bijkomende kosten vaak worden doorgeschoven in de waardeketen. Converters zullen daarom de meerwaarde van hun expertise, data en compliance-inspanningen beter moeten aantonen.
Een andere belangrijke conclusie was dat Europa niet kan concurreren op prijs alleen. Nu de concurrentie uit Azië toeneemt op het vlak van materialen, afgewerkte labels en apparatuur, moeten de Europese sterktes liggen in kwaliteit, flexibiliteit, regelgevingsexpertise, technische kennis en nabijheid tot de klant. Het label ‘Made in Europe’ moet volgens de deelnemers uitgroeien tot een onderscheidende waardepropositie, ondersteund door een nauwere samenwerking binnen het bredere verpakkingsecosysteem.