Productiviteit verschuift van sneller printen naar slimmer produceren
Terugblik op de Fespa Global Print Expo in Barcelona
Meer vierkante meters per uur blijven belangrijk, maar op de Fespa-beurs in Barcelona lag de nadruk op automatisering, geïntegreerde workflows, een breder toepassingsgebied en minder materiaal- en tijdverlies. Ook software krijgt daarbij een steeds nadrukkelijker plaats op de productievloer.
Dat neemt niet weg dat er in Barcelona behoorlijk wat nieuwe hardware werd gepresenteerd. Bij Agfa beleefde de Jeti Bronco H3300 HS zijn Europese première. De 3,3 meter brede hybride printer krijgt een plaats tussen de Ciervo en Tauro en haalt snelheden tot 450 m² per uur. Het systeem kan zowel continu als in multi-boardmodus produceren en is bedoeld voor uiteenlopende toepassingen, van banners en folies tot textiel en golfkarton.
Canon trekt zijn UVgel-technologie dan weer verder open met de Colorado XL. Met een breedte van 3,4 meter begeeft Canon zich nadrukkelijker op de markt voor zowel flexibele als rigide grootformaattoepassingen. De machine verwerkt substraten tot 52 mm dik en haalt maximaal 211 m² per uur in expressmodus. Minstens zo interessant is dat Canon rond de bestaande Colorado M-serie complete geautomatiseerde productieconfiguraties bouwt voor onder meer de productie van behang en posters. Daarmee verschuift het accent van de losse printer naar een productiecel.
Een vergelijkbare gedachte zit achter de presentatie van Durst. CEO Christoph Gamper omschreef de boodschap op Fespa duidelijk: het bedrijf wil geen afzonderlijke printers tonen, maar complete productiesystemen. De nieuwe P5 350 CORE is daarvan het instappunt. Dankzij de XT-softwarearchitectuur moet het systeem ook na installatie verder kunnen evolueren met prestatie-upgrades en bijkomende toepassingsmogelijkheden.
Bij de P5 500 Tex iSub ging Durst nog een stap verder. In combinatie met een vijf meter brede Hasler-snijtafel demonstreerde het bedrijf een doorlopende sublimatieworkflow van RIP tot gesneden eindproduct, aangestuurd vanuit één workflow, gebruikersinterface en datastroom. Het is een aanpak die wellicht veel zegt over de richting waarin industriële grootformaatproductie evolueert.
Breedte in toepassingen en automatisering
Ook EFI gebruikte Fespa om zijn portfolio verder te verbreden. De nieuwe VUTEk M3h X mikt op sign- en displaybedrijven die willen doorgroeien naar industriële productievolumes en combineert plaat- en rolproductie, witte inkt en multilayerprinting tot negen lagen.
Voor soft signage introduceerde EFI de VUTEk FabriVU 340 i8, een 3,4 meter brede achtkleurensublimatieprinter met inline fixatie. Met snelheden tot 375 m² per uur en een uitgebreid kleurengamma richt de machine zich onder meer op retail-, event- en SEG-toepassingen.
Interessant is daarnaast wat EFI rond kwaliteitscontrole doet. De 5,2 meter brede VUTEk X5r kan worden uitgerust met InSpec AI, dat de printoutput tijdens de productie scant op defecten. Daarmee krijgt artificiële intelligentie hier een zeer concrete taak: fouten sneller detecteren en zo materiaalverlies en herprints terugdringen.
Meer kleur, zonder de vertrouwde technologie los te laten
Niet iedere nieuwigheid hoeft echter richting industriële topsnelheden te gaan. Mutoh, nu een onderdeel van Brother Industries, breidt zijn eco-solventgamma uit met de XpertJet 1681SR Pro, een 64-inch roll-to-rollprinter met de nieuwe AccuFine HD Pro-printkop.
Opvallend is de achtkleurenconfiguratie met CMYK, licht cyaan, licht magenta, oranje en rood. Daarmee mikt Mutoh op een groter kleurbereik en een betere reproductie van vooral warme tinten en merkkleuren. Met een maximumsnelheid van 17 m² per uur positioneert de fabrikant de machine duidelijk als een productieprinter waarbij beeldkwaliteit en betrouwbare dagelijkse output vooropstaan.
HP richt zich met de nieuwe DesignJet Z6 en Z9⁺ PostScript Printer Series Plus Edition eveneens op kwaliteit en productiviteit. De Z9⁺ is specifiek bedoeld voor kleurkritische toepassingen en beschikt over een geïntegreerde spectrofotometer.
Maar ook hier zit een belangrijk deel van het nieuws in de software. HP breidt PrintOS Production Hub uit met Order Approval, een Orders API en AI Upscale Image. Klanten kunnen opdrachten binnen het platform beoordelen en goedkeuren, terwijl de API koppelingen met onder meer CRM-, ERP- en MIS-systemen mogelijk maakt. AI Upscale Image moet afbeeldingen met een te lage resolutie tijdens de bestandsvoorbereiding verbeteren. Prepress, orderbeheer en productie schuiven zo dichter tegen elkaar aan.
Eén systeem, meer materialen
Een andere opvallende ontwikkeling is de zoektocht naar productieplatformen die meer toepassingen aankunnen zonder bijkomende machines of aparte workflows. Kornit Digital trekt dat principe door naar textiel met de commerciële introductie van Atlas Matrix. Het platform breidt de mogelijkheden van Atlas Max Plus uit naar polyester, blends en gesublimeerde stoffen. Dankzij het Karbon Shield-proces kan rechtstreeks op polyester en gesublimeerde kleding worden geprint, waarbij het systeem de problematiek van kleurstofmigratie moet ondervangen.
Voor print-on-demandproducenten is vooral de mogelijkheid interessant om katoen, polyester en gemengde stoffen binnen één productieworkflow te verwerken. Kornit ziet daarin een manier om de flexibiliteit van digitale textielproductie verder te vergroten en tegelijk de complexiteit op de productievloer te verminderen.
Finishing wordt onderdeel van dezelfde automatiseringsslag
Die druk om meer te produceren met minder handelingen stopt vanzelfsprekend niet bij de printer. Summa presenteerde in Barcelona zijn nieuwe F Series Vantage-vlakbedsnijtafels. De Belgische fabrikant belooft een productiviteitswinst tot 40 procent en koppelt hogere snijsnelheden aan vernieuwde tooling, bewegingscontrole, mesherkenning en materiaaldetectie.
Interessant is ook hier de open architectuur. Via GoConnect en GoData kan de snijtafel worden gekoppeld aan feeders, stackers en andere productieomgevingen. De bedoeling is duidelijk: finishing mag geen geïsoleerde stap of bottleneck worden in een verder geautomatiseerde productielijn.
Software schuift naar het hart van de productie
Misschien wel de duidelijkste conclusie van Fespa Barcelona is dan ook dat software steeds moeilijker los van de machine kan worden bekeken. Durst gaf met de Kyveris Sandbox een eerste publieke blik op een datalaag waarin machines, jobs, materialen en productieresultaten met elkaar worden verbonden. Via het Open Software Initiative en open API's wil het bovendien koppelingen met MIS-, workflow- en afwerkingssystemen mogelijk maken.
Enfocus benadert dezelfde productiviteitsvraag vanuit prepress. Met onder meer PitStop, Switch, Phoenix en vooral Griffin richt het zich op automatisering en efficiëntere nesting in grootformaatproductie. Minder manueel puzzelwerk betekent niet alleen tijdwinst, maar ook een beter materiaalrendement. Een demonstratie waarbij een foto in 45 seconden wordt omgezet in een printklare uitsnijtemplate illustreert hoe ver zulke automatisering ondertussen kan gaan.
Ook de overname van het Italiaanse VG7 door Dataline past in dat bredere plaatje. VG Seven combineert print-ERP met e-commerce in een cloud-native omgeving. Voor Dataline betekent de overname zowel toegang tot de Italiaanse markt als een uitbreiding van zijn Europese softwareportfolio. Voor VG Seven opent ze de weg naar verdere internationalisering en bijkomende ontwikkeling rond automatisering, artificiële intelligentie en connectiviteit.
Van snelste printer naar slimste fabriek
De nieuwigheden in Barcelona wijzen uiteindelijk allemaal min of meer in dezelfde richting. Hogere printsnelheden blijven een verkoopargument, maar productiviteit wordt steeds vaker bekeken over de volledige keten. Een printer die enkele tientallen vierkante meters per uur sneller is, levert weinig op wanneer jobs in prepress blijven hangen, operatoren voortdurend moeten ingrijpen, materiaal verloren gaat door slechte nesting of de afwerking de productie niet kan volgen.
Daarom proberen fabrikanten steeds nadrukkelijker die afzonderlijke schakels met elkaar te verbinden. Printers worden productieplatformen, finishing wordt geïntegreerd, software stuurt steeds meer beslissingen en data moeten zichtbaar maken waar nog rendement te winnen valt.
Fespa Barcelona maakte daarmee vooral duidelijk dat de volgende productiviteitsslag in grootformaat niet uitsluitend uit de printkop zal komen. De winst wordt steeds meer gezocht in alles wat ervoor, ernaast en erna gebeurt.