Cepi: “Nieuwe ETS-voorstellen dreigen investeringen af te remmen”
De Europese papier- en pulpindustrie waarschuwt dat de nieuwe voorstellen voor het Europese emissiehandelssysteem (ETS) de investeringen in de verdere verduurzaming van de sector ernstig kunnen ondermijnen. Volgens sectororganisatie Cepi dreigt jaarlijks ongeveer 1 miljard euro aan geplande decarbonisatie-investeringen verloren te gaan.
De sector had eerder al kritiek geuit op de recent goedgekeurde Europese benchmarks voor de gratis toewijzing van emissierechten en de uitsluiting van bepaalde installaties. De voorstellen die de Europese Commissie presenteerde, versterken volgens Cepi die bezorgdheden. De organisatie vraagt daarom om zowel de voorwaarden voor gratis emissierechten als de nieuwe drempel van 95 procent biomassa uit het ETS-kader te schrappen. Volgens de sector zijn de noodzakelijke infrastructuur en decarbonisatietechnologieën immers nog onvoldoende beschikbaar, terwijl de nieuwe ETS-regels investeerders nu al afschrikken.
De papier- en pulpindustrie was een van de eerste energie-intensieve sectoren die zich achter de Europese klimaatdoelstellingen schaarde. Sinds 2005 verminderde de sector zijn CO2-uitstoot met meer dan 55 procent, een van de sterkste prestaties binnen de ETS-sectoren.
Toch lopen vooral kleinere ondernemingen vandaag tegen de grenzen van wat technisch en economisch haalbaar is. Betaalbare oplossingen voor verdere emissiereductie ontbreken vaak. Ook grotere bedrijven vrezen dat toekomstige investeringen moeilijker financierbaar zullen worden.
Volgens berekeningen van Cepi zal een eerder Commissievoorstel over ETS-benchmarks, gepubliceerd in juni, ertoe leiden dat de sector tussen 2026 en 2030 jaarlijks ongeveer 1 miljard euro minder zal investeren in decarbonisatie. De nu voorgestelde ETS-hervorming zou dat effect nog versterken doordat de gratis toewijzing van emissierechten verder wordt afgebouwd. “Daardoor verslechtert de businesscase voor nieuwe investeringen en komt de verdere verduurzaming van de sector onder druk te staan”, stelt Cepi.
Voorwaarden voor gratis emissierechten
Een belangrijk discussiepunt is de koppeling van gratis emissierechten aan bijkomende voorwaarden. Papierfabrieken die internationaal concurreren, moeten voldoen aan specifieke eisen inzake energie-efficiëntie en emissiereductie om hun gratis emissierechten te behouden.
Volgens Cepi brengt dat aanzienlijke administratieve lasten met zich mee. Bedrijven moeten gedetailleerde investeringsplannen indienen op een ogenblik dat geschikte technologieën nog niet overal beschikbaar zijn. Bovendien riskeren ondernemingen minder gratis emissierechten te ontvangen wanneer geplande investeringen door externe omstandigheden vertraging oplopen, waardoor hun koolstofkosten verder stijgen.
Biomassadrempel straft pioniers
De sector wijst er ook op dat papierproducenten al jarenlang energie terugwinnen uit hun productieproces, een belangrijk element van de circulaire economie. De invoering van een biomassadrempel van 95 procent voor ETS-geschiktheid zorgt er volgens Cepi echter voor dat bedrijven die vroeg investeerden in deze technologie een deel van hun gratis emissierechten verliezen. Net die emissierechten waren bedoeld om de investeringen in de energietransitie terug te verdienen.
Daarnaast bestaat de sector uit veel middelgrote ondernemingen met uiteenlopende investeringscapaciteit. Cepi pleit ervoor om de bestaande ETS-vrijstellingsdrempel op te trekken, zodat kleinere uitstoters miljoenen euro's aan auditkosten kunnen besparen, terwijl de impact op de totale emissiereductie beperkt blijft.
Hervorming van de MSR onvoldoende
Ook de Market Stability Reserve (MSR), oorspronkelijk bedoeld om overtollige emissierechten uit de markt te halen, ligt onder vuur. Volgens Cepi dreigt het systeem de prijs van emissierechten verder op te drijven doordat rechten definitief worden geschrapt. Hoewel de Commissie aanpassingen voorstelt, volstaan die volgens de sector niet om het concurrentievermogen van de Europese industrie te vrijwaren.
Europese koppositie onder druk
Volgens Cepi brengen al deze maatregelen samen de internationale positie van de Europese papier- en pulpindustrie in gevaar. De wereldwijde bio-economie zal tegen 2030 naar verwachting een waarde van 6.700 miljard euro vertegenwoordigen. Dankzij investeringen in bioraffinage – inmiddels goed voor ongeveer 6 procent van de toegevoegde waarde van de sector – behoort de Europese papierindustrie vandaag nog tot de wereldtop op het vlak van biogebaseerde technologieën.